Elke twee seconden komt er wereldwijd een nieuwe chemische stof bij. Het totaal staat inmiddels op zo’n honderd miljoen. Wat betekent die explosieve groei voor werkgevers, werknemers en verzekeraars? En belangrijker: hoe voorkomen we dat de risico’s van vandaag de asbestclaims van morgen worden?

Tijdens de bijeenkomst van het Kenniscentrum Aansprakelijkheid van NARIM op dinsdag 20 januari 2026 gingen risk- en insurancemanagers hierover met elkaar in gesprek. De rode draad van de middag? Herkennen en verzekeren is niet genoeg. Preventie moet structureel hoger op de agenda om gezondheidsschade te voorkomen.
Jacob de Boer, emeritus hoogleraar toxicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, zette direct de toon. Europese regelgeving verplicht bedrijven weliswaar tot registratie van stoffen, maar diepgaand onderzoek naar gezondheidsrisico’s blijft vaak achterwege. Ondertussen stapelen de risico’s zich op.
Werknemers die met gevaarlijke stoffen werken, lopen aantoonbare risico’s op beroepsziekten. Denk aan brandweerlieden die accubranden blussen of werknemers die chloorparaffinen gebruiken bij het boren van gaten. Sommige chemische stoffen breken niet af en hopen zich ongemerkt op in het lichaam. Een verhoogde concentratie PFAS in het bloed kan leiden tot kanker, chronische ontstekingen en verhoogd cholesterol. Ook wijst de hoogleraar op het gevaar van pesticiden, al vallen de meeste dodelijke slachtoffers volgens hem in Zuid-Amerika en Afrika.
Werknemers die met gevaarlijke stoffen werken, lopen risico op beroepsziekten, zoals brandweerlieden die accubranden moeten blussen of mensen die chloorparaffinen gebruiken bij het boren van gaten. De Boer legt uit dat bepaalde chemische stoffen niet afbreken en zich ongemerkt kunnen ophopen in het menselijk lichaam. Een te hoge concentratie PFAS in het bloed bijvoorbeeld, kan onder meer kanker, chronische ontstekingen en een verhoogd cholesterol veroorzaken. Ook wijst hij op het gevaar van pesticiden, al vallen volgens hem verreweg de meeste dodelijke slachtoffers in Zuid-Amerika en Afrika.
Beroepsziekten signaleren en voorkomen
Wat de ‘tsunami aan chemische stoffen’ voor bedrijven betekent, kwam uitvoerig aan bod tijdens de paneldiscussie met Frits van Rooy, hoogleraar Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten aan de Universiteit Utrecht, Jeroen Weurding, Head Benelux & Nordics bij Corporate Solutions van Swiss Re en Marcel Koole, Broking Director Liability, Financial Services Group & Cyber van Aon.
Op de vraag of PFAS en pesticiden het nieuwe asbest dreigen te worden, zelfs wanneer de wet- en regelgeving wordt nageleefd, benadrukt Van Rooy het belang van het voorkómen van gezondheidsklachten. Weurding onderschrijft dit standpunt en stelt dat de samenleving als geheel op preventie moet inzetten, om herhaling van situaties zoals rond asbest te voorkomen. De afwikkeling van aansprakelijkheid zal in de toekomst waarschijnlijk complexer worden dan bij asbestclaims. “Ook zal productaansprakelijkheid mogelijk vaker een rol spelen”, stelt hij. Van Rooy voegt daar aan toe dat de complexiteit verder toeneemt doordat stoffengerelateerde ziekten vaak meerdere oorzaken hebben; zo kan de ziekte van Parkinson ontstaan door een combinatie van blootstellingen die elkaar versterken. “Dit vereist aanvullend onderzoek.” Hij pleit voor de oprichting van een nieuw instituut dat zich richt op het vaststellen van het verband tussen arbeid en ziekte, om zo eenduidig te kunnen bepalen of er sprake is van een beroepsziekte.
Geen RI&E, dan niet verzekerd?
Preventie in bedrijven begint bij het beschrijven van de risico’s en maatregelen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Moeten beroepsziekten worden uitgesloten van polisdekking als een werkgever geen actuele RI&E heeft? Koole vindt van niet en ook Weurding geeft aan dat verzekeraars niet uit zijn op uitsluitingen van de dekking. Hij vindt het wel belangrijk dat verzekeraars op de wettelijke RI&E-verplichting wijzen bij hun acceptatiebeleid. Een beetje ‘gezonde druk’ aan de voorkant kan geen kwaad, vindt hij. Van Rooy ziet nog veel ruimte voor verbetering. Hij vindt het vreemd dat maar 64 procent van de bedrijven in Nederland aan de verplichting voldoet. “Waar zit het echte drukmiddel voor werkgevers om zich te houden aan de Arbowet, die er juist voor is bedoeld om mensen gezond hun pensioen te laten halen?” Vanuit de zaal wordt geopperd dat bedrijven moeten worden verplicht om in hun jaarverslag of jaarrekening op te nemen of er een RI&E is uitgevoerd en wat de belangrijkste risico’s en verbeterpunten zijn. “De accountant moet daar dan op controleren”, zo klinkt het.
Compensatie met beroepsrisicoverzekering?
Maakt de Nederlandse claims made polis systematiek de dekking voor werkgeveraansprakelijkheid een wankel bouwwerk? Koole stelt dat er bij uitsluitingen eigenlijk niets overblijft en pleit voor een separaat systeem, zoals in België, waar werkgevers via een beroepsrisicoverzekering premies betalen om de slachtoffers te compenseren. Weurding geeft aan dat verzekeraars niet de neiging hebben om iets uit te sluiten zodra het ‘een beetje eng wordt’. Volgens Koole is het een probleem dat beroepsziekten die zich nu openbaren, het gevolg zijn van zaken die tien jaar of langer geleden zijn gebeurd. Het antwoord wederom, aldus Weurding, is preventie. “Daar moet veel meer aandacht voor zijn.”
Geen lange juridische procedures
Naast het aansprakelijkheidsrecht zijn er ook compensatieregelingen met andere, soms minder zware vereisten in het leven geroepen. Emiel Rolink, directeur van het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) en Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door gevaarlijke stoffen (ISBG), vertelt meer over de regelingen voor mensen met een asbest- of stoffengerelateerde beroepsziekte. Dick Heedrik, hoogleraar gezondheidsrisico analyse Universiteit Utrecht en voorzitter van het expertisecentrum Lexces, vertelt over de criteria op basis waarvan de (eenmalige) tegemoetkoming aan mensen met een stoffengerelateerde beroepsziekte wordt verstrekt. Voor mensen die lijden aan de asbestziekten mesothelioom en asbestose bemiddelt het IAS met de (ex-)werkgever voor een aanvullend schadebedrag, boven op de tegemoetkoming.
Deze regelingen bieden niet alleen financiële steun, maar ook erkenning en een snellere afhandeling, waardoor lange juridische procedures worden voorkomen. Indirect dragen de regelingen ook bij aan preventie: ze stimuleren de bewustwording en het zorgvuldiger omgaan met gevaarlijke stoffen. Slachtoffers waarderen de erkenning en hopen bovendien dat anderen hetzelfde leed bespaard blijft, aldus Rolink, die aangeeft dat elk jaar nog altijd zo’n zeshonderd mensen zich melden bij het IAS. “Een aantal dat helaas al jaren constant is.” Over de afwikkeling is hij positief. “Het is sterk dat zoveel bedrijven en verzekeraars in bemiddelingen van het IAS hun verantwoordelijkheid nemen, meewerken aan waarheidsvinding en schadevergoedingen toekennen.”
Leiden compensatieregelingen voor beroepsziekten tot meer civielrechtelijke schadeclaims? “Niet noodzakelijkerwijs”, zegt Van Rooy, die aangeeft dat misschien wel meer slachtoffers afzien van een juridische procedure. Weurding is het daarmee eens: de regelingen kunnen veel conflicten voor de rechter voorkomen. Hij complimenteert het IAS en ISBG. “Hier staat het slachtoffer centraal. Het is goed dat er erkenning is voor de omstandigheden waar mensen in zijn gebracht.”
"Samen het verschil maken"
De bijeenkomst in de grote zaal van de Sociaal Economische Raad in Den Haag, in samenwerking met het IAS en ISBG, maakte duidelijk dat de uitdagingen rondom gevaarlijke stoffen niet alleen technisch of juridisch zijn, maar vooral maatschappelijk. De explosieve groei van chemische stoffen vraagt om een nieuwe manier van denken en samenwerken, waarbij preventie voorop moet staan. Zoals dagvoorzitter Godelinde Schumacher, coördinator Kenniscentrum Aansprakelijkheid, het verwoordt: “Voorkomen is nog altijd beter dan genezen. Risk- en insurance managers en de veiligheidsfunctionarissen in het bedrijf kunnen samen het verschil maken.”
Interessant?
Ben jij als risk- of insurancemanager geïnteresseerd in dit soort onderwerpen? Waarom word je geen NARIM-lid? Het lidmaatschap biedt je niet alleen veel kennis, ook veel kennissen. Kennissen die ook nog eens met jou kunnen sparren over jouw vakgebied.