Risico's op een massaclaim worden nog te vaak onderschat

Massaclaims: uw bedrijf kan de volgende uitverkorene zijn

De tijd dat 'class actions' of massaclaims vooral een Amerikaans verschijnsel zouden zijn, ligt achter ons. Sterker, Nederland speelt op dit gebied een belangrijke rol en wordt zelfs gezien als een waar Europees mekka voor het starten van een class action of massaclaim.

 

In een aantal Europese landen, waaronder Nederland, maakt de wet- en regelgeving het steeds aantrekkelijker om procedures tegen bedrijven te starten. Het risico op een class action wordt in veel bestuurskamers nog onderschat. Dat kan en moet anders. Ook Risk Managers kunnen daarin een rol vervullen.

 

De houding van veel bestuurders: 'het zal zo'n vaart niet lopen'

Nog te veel bestuurders hebben een houding dat het zo’n vaart niet zal lopen, stelt advocaat Jurjen Lemstra, gespecialiseerd in corporate litigation en in class actions. In zijn praktijk vertegenwoordigt Lemstra ook diverse claimstichtingen. Hij was door Crawford & Company gevraagd over het onderwerp te spreken in een van de workshops tijdens het NARIM Congres van 18 mei.

 

 

Hoe reëel is de dreiging van een massaclaim?

De Nederlandse wetgever lijkt de deur te hebben opengezet voor groepen claimanten om te trachten hun gelijk te halen via collectieve acties. De mogelijkheid is dus geschapen. Maar waarom beweegt de claimant de ene keer wel en de andere keer niet? Wie is het volgende bedrijf dat aan de beurt is? Uw bedrijf? Dat was het thema van de workshop.

 

Nederland is populair voor het starten van een massaclaim

Nederland is erg populair om een (wereldwijde) massaclaim te starten. Ook buitenlandse financiers zijn bereid een stichting (verreweg de meest populaire vorm om een massaclaim in onder te brengen) van de benodigde financiering te voorzien. De snel toegenomen interesse in binnen – en buitenland heeft geleid tot een wildgroei aan claimstichtingen. ‘Vanuit die wildgroei is in 2011 de Claimcode ontstaan. Noem het een keurmerk waaraan ook rechters toetsen of een stichting wel ontvankelijk wordt verklaard als partij in een juridische procedure.’

 

De principes van de Claimcode

In de code is een aantal principes vastgelegd: een bestuur moet uit tenminste drie personen bestaan, er moet een raad van toezicht zijn en er moet financiële en juridische expertise aanwezig zijn. Bovendien moet er een helderde website zijn en moet de stichting een accountantsverklaring over het gevoerde financiële beleid kunnen overleggen.

 

De bedoeling is het kaf van het koren te scheiden. ‘Rechters weren in toenemende mate “onzinclaims” aan de poort als niet aan de code wordt voldaan.’

 

De 'corporate' kant

Meer aandacht voor de risico’s van een class action is gewenst, zeker in de bestuurskamers. ‘Uw bedrijf kan zomaar aan de beurt zijn,’ stelde Lemstra. ‘Om te begrijpen wanneer dat het geval kan zijn, is het van belang meer inzicht te krijgen in het gedachtengoed van de claimant(en). Door ons unaniem te verplaatsen in de afwegingen die claimanten maken, kunnen we beter werken aan het noodzakelijke risicomanagement op dit terrein.’

 

Proactief handelen

Is een claim serieus en voldoet de claimant aan de eisen van de Claimcode, dan is het misschien verstandig proactief te handelen en met de betrokkenen in gesprek te gaan en niet alleen vast te houden aan een verdedigende houding. ‘Kijk naar de aardbevingsschade in Groningen. Door het jarenlang vooral aan te laten komen op procedures, zijn de verhoudingen nu wel heel erg verstoord.’

De kennis over class actions en hun gevolgen is in veel bestuurskamers onder de maat, aldus Lemstra. ‘Terwijl het als fenomeen allang niet meer is weg te denken. Het kennisniveau moet omhoog. Een jaarlijkse risicoanalyse over kansen en bedreigingen op dit specifieke gebied is echt niet gek.

 

Draaiboek maken en team samenstellen

Zorg bovendien voor een draaiboek en formeer een team van mensen dat snel aan de slag kan als de situatie zich voordoet, adviseert Lemstra. Maak vooraf een dashboard van een “worst case-scenario”. Als het eenmaal zo ver is, bent u te laat. En denk ook eens na over het volgende: dat u als bedrijf zelf als eiser optreedt achter de rug van een stichting. Ook daarvan zijn al goede voorbeelden.’

 

Meer info: Jurjen Lemstra, e-mail: j.lemstra@lvdk.com.

 

 


« vorige pagina         meer nieuws »